Een ei lijkt simpel. Toch zit er verrassend veel in zo’n klein schaaltje. Van een rood puntje dat u kan laten schrikken tot een kooktip waar veel mensen nog nooit van hebben gehoord. En juist daar wordt het interessant.
Dat rode puntje in uw ei is meestal onschuldig
Ziet u bij het openbreken van een ei ineens een klein rood puntje? Dat oogt misschien vreemd, maar u hoeft zich geen zorgen te maken. Het betekent niet dat het ei slecht is en u kunt het gewoon eten.
Volgens eierkenners is dat rode puntje meestal een gesprongen bloedvaatje. Het heeft niets te maken met vuil, bederf of een kuiken in wording. Daarvoor moet het ei bevrucht zijn, en dat is in de supermarkt normaal gesproken niet zo.
Vooral bij bruine eieren komt dit iets vaker voor. De schaal is daar vaak wat dikker en daardoor is zo’n klein afwijkinkje lastiger op te merken tijdens het sorteren. Klinkt logisch, toch? Maar veel mensen weten dit niet.
Waarom eieren niet altijd dezelfde kleur hebben
Misschien hebt u zich ook weleens afgevraagd waarom het ene ei wit is en het andere bruin. Soms lijkt daar een heel verhaal achter te zitten, maar eigenlijk is het vrij eenvoudig. De kleur van de eischaal hangt af van de kip.
Vaak speelt de kleur van de lel een rol. Een kip met een rood lelletje legt meestal bruine eieren. Een kip met een wit lelletje legt meestal witte eieren. Dus nee, het heeft niet direct met de veren te maken. Dat misverstand leeft hardnekkig.
En dan is er nog meer nieuws voor aan het ontbijt: sommige kippen leggen groene of roodbruine eieren. Dat ziet er bijzonder uit en maakt een paasontbijt meteen een stuk leuker. De buitenkant zegt dus lang niet alles.
De kleur van de dooier zegt minder dan veel mensen denken
Een diep oranje dooier oogt vaak rijker en gezonder dan een lichtgele. Maar schijn bedriegt. De kleur van de dooier zegt niet automatisch iets over de voedingswaarde van het ei.
Die kleur hangt vooral af van het voer van de kip. Maïs, gras en gevarieerd voer zorgen vaak voor een donkerdere dooier. Tarwe geeft juist vaker een lichtere kleur. Het is dus vooral een kwestie van voeding, niet van kwaliteit in de zin die veel mensen denken.
Handig om te weten als u op het oog eieren vergelijkt in de keuken. Een donkerdere dooier is niet per se gezonder. Dat maakt het leven soms net wat minder romantisch, maar wel duidelijker.
Waarom het ene gekookte ei zo makkelijk pelt en het andere niet
Dit is voor veel mensen het grootste ontbijtmysterie. U kookt twee eieren, maar het ene pelt soepel en het andere valt uit elkaar. Best frustrerend als u snel iets op tafel wilt zetten.
De reden zit vooral in de versheid. Kakelverse eieren zijn lastiger te pellen, omdat het vliesje strak tegen de schaal zit. Bij oudere eieren komt er meer lucht tussen schaal en vlies. Daardoor laat de schaal na het koken makkelijker los.
Dus als u vaak een ei mooi heel wilt houden, is een ei dat al een paar dagen oud is soms zelfs prettiger. Niet meer dan dat. Maar wel handig, zeker als u een salade of een mooi ontbijt wilt maken.
De kooktip die bijna niemand goed toepast
Hier zit misschien wel de meest onderschatte tip van allemaal. Veel mensen leggen eieren zomaar ergens neer en denken er verder niet over na. Toch maakt de manier van bewaren echt verschil.
Bewaar eieren het liefst in de doos en in de koelkast. Dat klinkt misschien gek, want in de supermarkt liggen ze vaak gewoon buiten de koeling. Maar thuis is stabiele temperatuur belangrijker dan u denkt.
Temperatuurschommelingen kunnen condens veroorzaken. En via die vochtige schaal kunnen bacteriën makkelijker binnendringen. De koelkastdeur is daarbij de slechtste plek. Daar schommelt de temperatuur het meest, omdat de deur steeds open en dicht gaat.
In de doos blijven eieren bovendien beter beschermd tegen lucht, licht en geurtjes. Een klein verschil, maar wel één dat telt. Soms zit goed bewaren echt in de simpelste gewoonte.
Wat de code op een ei u vertelt
Heeft u wel eens naar die stempel op een ei gekeken? Die code lijkt misschien onbelangrijk, maar zegt juist best veel. Alleen de houdbaarheidsdatum staat niet op het ei zelf. Die vindt u op de doos.
De code op de schaal geeft informatie over de herkomst en de leefomstandigheden van de kip. Het eerste cijfer vertelt hoe de kip leeft. 0 staat voor biologisch en 1 voor vrije uitloop. Daarna volgt het land van herkomst, zoals NL voor Nederland. Tot slot ziet u de boerderijcode.
Dat is handig als u bewust wilt kiezen. U hoeft niet elk detail uit het hoofd te kennen. Maar als u weet wat die code ongeveer betekent, kijkt u net iets anders naar een simpel ontbijtei.
Zo haalt u meer uit elk ei
Een ei is dus veel meer dan een snel ontbijtproduct. Het kan u iets vertellen over de kip, over de voeding en zelfs over de manier van bewaren. En ja, dat ene rode puntje is meestal gewoon onschuldig.
Als u voortaan een ei openbreekt, kijkt u misschien net iets aandachtiger. Niet omdat het moet, maar omdat het leuk is om te weten wat u precies eet. Kleine details maken eten vaak verrassend interessant.
En eerlijk is eerlijk. Als u straks aan tafel zit en iemand vraagt waarom een ei bruin of wit is, dan hebt u ineens een goed antwoord klaar.






