Een ovenschotel die zacht ruikt naar kaas, prikkelende Groningse mosterd en kruidige tijm. En dan een stukje kabeljauw dat bijna uit elkaar valt van malsheid. Het is zo’n gerecht waarbij u stil wordt bij de eerste hap. Klinkt dat als iets voor uw keuken? Dan is deze kabeljauw in rijke Groningse mosterd-kaassaus precies wat u zoekt.
Waarom kabeljauw in mosterd-kaassaus zo goed werkt
Veel mensen zijn bang om kabeljauw te bakken. Even niet opletten en de vis is droog. Jammer, want kabeljauw heeft juist zo’n mooie, zachte structuur.
In de oven, onder een laagje romige mosterdsaus en gesmolten kaas, gaat het bijna vanzelf goed. De saus beschermt de vis en houdt hem sappig. En u krijgt er ook nog een goudbruin korstje bovenop bij. Een soort luxe ovengerecht, maar dan zonder gedoe.
De kracht van Groningse mosterd
Waarom precies Groningse mosterd? Die is net wat grover en pittiger dan een standaard mosterd. U ziet soms zelfs nog kleine mosterdzaadjes zitten. Dat geeft extra beet en karakter.
In combinatie met bouillon en kaas wordt die pittigheid mooi afgerond. Niet té scherp, maar warm en vol. Alsof u een klassiek streekgerecht op tafel zet, met een moderne twist.
Ingrediënten voor kabeljauw in Groningse mosterd-kaassaus
Onderstaande hoeveelheden zijn genoeg voor 4 personen.
- 400 gram kabeljauwfilet (4 gelijke stukken)
- 75 gram extra belegen kaas, geraspt
- 25 gram bloem
- 20 gram roomboter
- 200 milliliter groentebouillon
- 2 eetlepels Groningse mosterd
- 1/2 eetlepel citroensap
- 1 theelepel gedroogde tijm
- Paneermeel (dun laagje voor bovenop)
- Peper en zout naar smaak
Stap voor stap: zo maakt u de perfecte mosterd-kaassaus
De saus is het hart van dit gerecht. Romig, vol en net pittig genoeg. Neem hier dus even rustig de tijd voor.
De basis: een eenvoudige roux
Verwarm de oven alvast voor op 190 graden. Zo is hij klaar wanneer uw schotel erin moet.
Smelt de 20 gram roomboter in een steelpan op laag vuur. Wacht tot de grootste bellen weg zijn. Strooi dan de 25 gram bloem erbij.
Roer met een garde tot u een egaal, dik papje heeft. Laat dit mengsel 2 tot 3 minuten zachtjes garen. Blijf af en toe roeren. Hierdoor verdwijnt de scherpe bloemsmaak en krijgt u straks een zachte saus.
Van roux naar romige mosterdsaus
Giet nu beetje bij beetje de 200 milliliter groentebouillon bij het botermengsel. Steeds een kleine scheut. Roer goed tot de vloeistof is opgenomen en het weer glad is.
Herhaal dit tot alle bouillon in de pan zit en u een mooie, gladde saus heeft zonder klontjes. Zet het vuur nog steeds laag tot middel.
Roer nu de 2 eetlepels Groningse mosterd, de 1 theelepel gedroogde tijm en de 1/2 eetlepel citroensap door de saus. Proef even. Breng op smaak met wat peper en eventueel een snufje zout.
Laat de saus nog 3 tot 5 minuten zachtjes doorkoken. Hij mag duidelijk gebonden zijn en best wat dik lijken. In de oven komt er vocht uit de vis bij. Daardoor wordt de saus vanzelf weer iets dunner.
Kabeljauw voorbereiden: simpel maar belangrijk
Spoel de 4 stukken kabeljauw kort af onder de koude kraan. Dep ze daarna goed droog met keukenpapier. Dit helpt tegen overtollig vocht in de schaal.
Vet een passende ovenschaal licht in met een beetje boter of olie. Leg de stukken kabeljauw naast elkaar in de schaal. Bestrooi de bovenzijde met een klein beetje versgemalen peper. Zout hoeft meestal nauwelijks, omdat de bouillon en kaas al zout bevatten.
De ovenschotel opbouwen: laagjes vol smaak
Nu komt het leuke deel. U bouwt de schotel laag voor laag op, alsof u een hartig taartje maakt.
Schenk de warme mosterdsaus gelijkmatig over de kabeljauw. De vis mag bijna helemaal onder staan, dat is juist de bedoeling.
Verdeel dan de 75 gram geraspte extra belegen kaas over de saus. Zorg dat het mooi verdeeld is. Strooi als laatste een dun laagje paneermeel over de bovenkant. Dit geeft straks die knapperige, goudbruine korst.
Garen in de oven: wanneer is de kabeljauw perfect?
Schuif de ovenschaal in de voorverwarmde oven op 190 graden. Bak de kabeljauw ongeveer 20 minuten.
De bovenkant hoort goudbruin te zijn. De saus borrelt licht langs de randen. De vis is gaar wanneer hij makkelijk in lamellen uit elkaar valt als u er zacht met een vork in prikt.
Twijfelt u? Haal de schaal na 18 minuten even uit de oven en controleer een klein stukje vis. Beter net aan gaar dan helemaal door en droog.
Wat serveert u bij deze kabeljauw?
Deze rijke Groningse mosterd-kaassaus vraagt om iets eenvoudigs erbij. Zodat de smaken in balans blijven.
- Gebakken aardappels of krieltjes in de schil
- Een eenvoudige groene salade met sla, komkommer en een lichte dressing
- Gestoomde groenten zoals sperziebonen, broccoli of wortel
- Of een romige aardappelgratin als u het echt feestelijk wilt maken
Ook heerlijk: wat vers brood om in de saus te dopen. Zo gaat er niets van die smaak verloren.
Praktische tips en slimme variaties
Heeft u het recept eenmaal gemaakt, dan gaat u vanzelf spelen met kleine aanpassingen. Dat maakt koken leuk.
- Vooruit werken: u kunt de saus al tot 1 dag van tevoren bereiden en in de koelkast bewaren. Op de dag zelf warmt u de saus rustig op, giet u hem over de vis en zet u alles in de oven.
- Andere vissoorten: geen kabeljauw in huis? Koolvis, schelvis of heek werken ook goed. Kies wel een stevige witvis.
- Iets lichter: vervang de helft van de kaas door wat extra bouillon en een eetlepel magere kwark. De saus blijft romig, maar wordt net wat frisser.
- Extra kruidig: voeg een snuf nootmuskaat of een half teentje fijngeperste knoflook toe aan de saus voor meer diepte.
Waarom dit gerecht ideaal is voor drukke doordeweekse dagen
U hoeft niet boven de pan te blijven hangen. Geen spetterende olie, geen stress.
De saus staat in een kwartiertje op het vuur. De oven doet daarna het werk. In de tijd dat de vis gaart, dekt u rustig de tafel of maakt u een salade. En dan zet u een gerecht neer dat smaakt alsof u er uren mee bezig bent geweest.
Met deze kabeljauw in rijke Groningse mosterd-kaassaus heeft u een nieuwe klassieker voor uw repertoire. Makkelijk genoeg voor door de week, speciaal genoeg voor bezoek. Misschien wordt dit wel zo’n gerecht waar uw gasten later nog naar vragen: “Kunt u die vis met die mosterdsaus nog eens maken?”









